Het geloof is er niet, maar de gekte wel

Kampen, intochtSinterklaas 2007

 

Om precies twaalf uur liepik over station Zwolle. Het zou nog een kleine twintig minuten duren voor het Kamperboemeltreintje vanaf spoor 12 vertrok. Ik kroop diep in mijn winterjas. Het waskoud, je kon voelen dat de winter zijn intrede deed.

Het perron lag bezaaid metstrooigoed en de geur van speculaaskruiden kwam me tegemoet. Pieten waren bezighun podium af te bouwen. Tafels werden leeggeruimd en afgebroken. Ik hadgehoopt dat ze nog warme chocolademelk schonken, maar dat scheen eerder op dedag te zijn geweest. Daarom dook ik nog dieper in mijn jas en trok mijn mouwenover mijn handen. Een rilling schoot door mijn lijf.

Over de intercom werdomgeroepen dat de Pakjesexpress zou vertrekken van spoor 12. Vandaag dus geenboemeltje.

 

Immens veel kinderenzouden afreizen om de goed Heiligman te kunnen zien. En iedere goeddenkendeHollander zou beseffen dat er niet veel meer in zou zitten dan het alleenkunnen bewonderen van de Sint. Ze zouden naar hem joelen en zwaaien. Zouden‘Sint, sint!’ roepen in de hoop een volwaardige blik van hem te kunnen vangen.Een hand, een lach of alleen oogcontact. Was dat het waard?

 

In Kampen was hetstervensdruk. Het opgeslokt kunnen worden in de menigte was hier dan ook goedvan toepassing. Een parcours van dranghekken zouden de mensen in het gareelmoeten houden. Dat is handig voor de goede orde. Maar ík kwam bepakt en bezaktaan op het station, verwelkomd door een groep instrumentbespelende zwartepieten. Werd bevangen door een vlaag van nostalgie en wilde gewoon naar huis!

 

Ik haalde een stoet kinderenin, ontweek een aantal beveiligingsagenten en ambulancepersoneel, en gliptetussen de mensenmassa door totdat het dranghek me de weg wees. Het betekendedat ik de uitgestippelde weg moest volgen van de route die sinterklaas zoulopen. En dat de kortste route naar mijn huis – die normaliter vijf minutenduurt – een sightseeing Kampen werd.

Het is een prachtige stadom doorheen te lopen. Maar vandaag zag ik door de drukte die schoonheid nietmeer. Ik wilde gewoon naar huis om mijn bagage te dumpen, maar dat was zosimpel nog niet. Over de dranghekken klauteren was verboden dus was ikverplicht om de hindernisloop te gaan die mede mogelijk gemaakt werd dooriedereen die Sint Nicolaas wilde aanschouwen. En dat terwijl deze beste manallang niet meer leeft en men het geloof in hem allang verloren heeft. Gaat hetalleen om de bekende Bram van der Vlught, die de mooie rol van Sinterklaas magvervullen?

Het blijft een vrij absurdfenomeen. Iets waar ik – misschien wel helaas – te nuchter voor ben.

17 November 2007
By on 21:28
NS capriolen

‘Oeh, als je er pas om tien voor half bent, komen we dan wel op tijd op school?’ was het smsje dat ik naar Dorien stuurde. Ik moest haar nog het een en ander vertellen en het liefst deed ik dat voordat de les begon.
Mijn trein zou vertrekken om 13.58 en dat zou betekenen dat ik om tien over op Ede-Wageningen zou staan. Dan had ik overigens alle tijd om naar school te lopen. Ik houd niet van te laat komen.

Maar de trein reed niet. Op mijn mobiel was het inmiddels 14.05 toen er omgeroepen werd dat de hoofdconducteur zoek was. Zoiets absurds had ik nog nooit gehoord. Om me heen hoorde ik mensen zuchtend personen aan de andere kant van de lijn vertellen dat de trein voor de zoveelste keer vertraging had. Anderen gniffelden. Waarschijnlijk dachten zij hetzelfde als ik.

Het duurde nog vijftien minuten toen een conducteur Alkmaar-19 opriep. Het was bijna vanzelfsprekend dat het de code was van de hoofdconducteur. En niet lang daarna gingen de deuren dicht en begon de trein te rijden.
Al minderde de trein binnen een te korte tijd extreme vaart. Eerst dacht ik dat er iemand voor de trein zou springen. Later bleek het een stoptrein die de boosdoener was.

Kriebels.

Uiteindelijk kwam ik twintig minuten te laat en had ik op de terugweg wel last van iemand die zich voor de trein wilde werpen. Gelukkig had de politie het op tijd door en dwong onze trein stapvoets te laten rijden.

28 September 2007
By on 16:55
Het stelen van je eigen fiets

Arnhem – 24 september 2007.

Op een vrijwel doodgewone maandagmiddag haalde ik mijn zus van het station met mijn fiets. Omdat ik moest koken, reden we samen langs de Albert Heijn. Met de gedachte dat ik niet lang weg zou blijven, zette ik mijn fiets onbeveiligd tegen een van de ramen. Mijn hangslot lag nog thuis en het slot dat wél aan mijn fiets zat, was zo vastgeroest dat ik hem nooit op slot kon krijgen. Dit keer vermeed ik dat geklungel en ging met vol vertrouwen in de medemens de AH binnen.
Het duurde veel langer dan gepland, maar toen we eindelijk weer buiten kwamen stond mijn fiets er nog! ‘Mooi!’ dacht ik.
‘Moet je je fiets niet van het slot doen?’ vroeg mijn zus, toen ik wilde wegrijden met de boodschappen achterop. Vol verbijstering keek ik naar het dichtgekregen slot. Iemand was het gelukt! Maar waar was mijn sleutel nou?
Ik liet de fiets staan en verbaasd over wat er gebeurd was, liepen we terug naar huis.

Later die avond wilde ik mijn fiets ophalen. Gelukkig wonen we er tegenover en is het een kippe-endje lopen. Samen met mijn andere zus haalden we hem op en liepen, met de achterkant van de fiets omhoog, naar onze fietsenschuur.
En om dit verhaal nog merkwaardiger te laten klinken, werden we aangehouden door de politie (en dat was echt waar!) en moest ik mijn onschuld gaan bewijzen. Gelukkig waren we een beetje lacherig, want als we echt een fiets zouden stelen, waren we hoogstwaarschijnlijk één en al ernst.
Toch moest ik mijn gegevens doorgeven. Er werd zelfs gevraagd naar mijn ID. Eigenlijk te hilarisch.
De politiemannen leken trouwens wel voor elkaar geschapen. Beide waren ze kaal en grappig.
Ze konden zich ook niet voorstellen dat ik zo’n fiets als deze wilde stelen. Oud barrel. En wilden me eigenlijk ook wel helpen met het openbreken van het slot. Maarja… niet de juiste materialen aan boord.

Na heel wat gelach en gedoe wilden ze weer wegrijden. Maar op dat moment sloeg de motor af.

Daar ging al hun status…
en autoriteit.

Haha!

26 September 2007
By on 16:36
Halve zool

Het was een mooie zonnige dag in september. Eén van de laatste dagen waar we waarschijnlijk de zomer van dit jaar zouden ervaren.
Mijn ouders stonden erop om naar de hei te gaan en met het vooruitzicht om op de hei te klaverjassen gingen wij (4 gezusters + aanhang) mee.

Op de heide installeerden we ons. Ieder op zijn eigen stoel of kleedje en ieder met zijn eigen bezigheden. Mijn zusje speelde met haar vriendinnetje geimproviseerd (takken uit het bos gesprokkeld…) honkbal en even later ging dat over op lummelen. Mij hadden ze zover gekregen om mee te doen en daar ging ik dan… al lummelend.

Maar toen gebeurde het: mijn halve zool liet los. En daar stond ik dan, met een halve zool.
En ik moet zeggen dat het echt ellendig rent met een losse zool onder je schoen. Dat is in alle gevallen af te raden.
But it was quit fun!

24 September 2007
By on 09:54
Mind-reader

Naast computers en voice-memos zou er een nieuw apparaatje moeten worden uitgevonden die – zo simpel als het lijkt – onze geheugen notuleert. Dit om leuke, absurde en handige gedachten op te slaan die we later weer terug kunnen lezen.

Vanmiddag liep ik met mijn trolly langs de grachten van de historische stad Zwolle. Ik kwam een jongen tegen die iets merkwaardig bij zich droeg. Iets, waarvan ik nu alweer vergeten ben wat het was en aangezien ik dit al aan zag komen, vond ik dat het ‘mind-reader’ apparaatje uitgevonden moest worden.
Maar toen ik het bij het avondeten in de groep gooide, werd mijn idee afgekeurd omdat er waarschijnlijk door de uitvinding van dit dingetje, hele ingewikkelde boeken geschreven zouden worden, waarvan je bij de gedachte al moe zou worden.
Mij leek dat onzin, aangezien het handig is om zulke dingen – die ik wilde onthouden – meteen ergens opgeslagen te hebben.

En dus…

21 September 2007
By on 18:47
De olifant nam er zijn gemak van

Dikhuid contra P.K.

Niets vermoedend en peinzend over zijn kansen op een nieuwe order stond een Oostenrijkse handelsreiziger bij ‘n wegkruising in de omgeving van Salzburg te wachten totdat het zijn beurt was om door te rijden. Tot zijn niet geringe verbazing begon plotseling het dak van zijn auto, zonder aanwijsbare oorzaak, door te buigen. De handelsreiziger stapte uit en zag tot zijn grote verbazing dat een olifant bezig was zich erop te installeren.

De verzorger van de circus-olifant snelte toe en betoogde onder veel  verontschuldigingen dat het dier gewend was bij voorstellingen op een stoel te gaan zitten van dezelfde groene kleur als de auto van de handelsreiziger. Hij verstrekte de bestuurder een verklaring voor zijn verzekeringsmaatschappij, waarin werd uiteen gezet hoe de veroorzaakte schade was ontstaan.
Nog ietwat uit zijn evenwicht gebracht door dit voorval kwam de handelsreiziger in Salzburg aan en, afgeleid, reed hij bij een wegkruising door een rood licht heen. Tegenover de politieman verklaarde hij dat een olifant op zijn auto was gaan zitten.
De politie-agent vond dit het sappigste verhaal dat hij ooit van een dronken bestuurder gehoord had en hij arresteerde de handelsreiziger prompt op verdenkingen van het ‘ in kennelijke staat besturen van een motorvoertuig’.
Eerst op het politiebureau gelukte het de onfortuinlijke vertegenwoordiger door overlegging van de verklaring van de olifantenverzorger, aan te tonen dat een olifant inderdaad zijn auto als stoel had willen gebruiken.
Hij werd, na een waarschuweing ontvangen te hebben, weer op vrije voeten gesteld.

Dit krantenartikel is vermoedelijk in het jaar 1956 uitgegeven.
Wij hebben het gevonden bij de verbouwing van ons huis.

1 September 2007
By on 14:03
Een dagje strand

Op deze mooie zondagochtend werd ik wakker rond een uur of zes.  Het was niet de zon die al door het raam gluurde, daar was het namelijk nog te vroeg voor. Maar op mijn balkom zaten twee duiven zich zeer te vermaken. Ik weet niet wat ze deden, maar mij gaf het een nogal vreemd gevoel, omdat het leek alsof ze kreunden. Ik was al ingelicht over dit mogelijk voorval, dus ik wist dat zij het waren. Toch kon ik het me niet voorstellen, want het klopte niet bij het normale geluid van duiven maken (roekoeee). Rond dat zelfde tijdstip heb ik deze duiven dan ook van mijn balkon afgejaagd.

Deze zelfde zondagochtend, alleen een stuk later, ben ik wezen wandelen in ons park. Ik vond van mezelf dat ik het moest gaan verkennen, aangezien ik nu een nieuwe inwoner ben van de gemeente Arnhem (presikhaaf). Het was warm en ik weet niet of je die geur kent, maar het rook echt zomers. Het rook zo zoals het ruikt als je aan het strand ligt en dat ruikt lekker.
Een licht briesje verkoelde me een beetje, niet dat het veel hielp, want ik had het bloedheet. Ik genoot van het geroezemoes op de achtergrond en van het gelach van de kinderen op het grasveld een eindje verderop.
Toen ik het park uit was, liep ik richting het station. Ik had de trein op vijf minuten na gemist en dat betekende dat ik nog vijvenvijftig minuten mocht wachten. Maar vond ik dat erg? Nee! Want het was mooi weer.
Ik bedacht me dat als een voorbijganger me zou vragen waar ik heen zou gaan, ik zou zeggen dat ik naar het strand zou gaan. Want wisten zij veel. Het leek me gewoon geweldig. Het was supermooi weer.

Een vrouw en haar dochter (met vriendin) liepen langs. Even bleven ze op het verlaten perron – waar alleen ik zat – staan, toen liepen ze terug. Even later kwamen ze weer. De vrouw kwam, na enige twijfel, naast me zitten, terwijl haar dochter en vriendin een eindje verderop op een bankje neerploften. Ik raakte met haar in gesprek. En omdat ik nogal benieuwd was wat haar op het verlaten perronnetje bracht, zo op deze mooie zondag, vroeg ik het haar. Ze antwoordde: ‘Ik ga naar het strand met mn dochter.’ Ik wilde nog zeggen dat ik dat ook zou doen. Maar uiteindelijk zei ik: ‘Ik wilde dat ik dat kon antwoordden toen u dat zei. Ik wil ook naar het strand.’

We reisden samen naar Arnhem Centraal. Daar scheidden onze wegen. Ik liep net iets sneller dan zij en de vriendin van de dochter van de vrouw waarmee ik gepraat had (volg je hem nog) zei nog, toen ze mij zag zitten: ‘Daar zit dat meisje! Daar zit dat meisje!’ Verder hoorde ik niet wat er gezegd werd. Maar zij gingen naar zee, en ik niet.

15 July 2007
By on 16:47
Een laatste keer

Voor het laatst…

… slapen in mijn kamer
… eten aan mijn tafel
… koken in mijn keuken
… douchen in mijn douche
… slapen op mijn bank terwijl ik een film aangezet heb, op mijn TV.

Driebergen is nog maar voor een paar weken mijn woonplaats. Youth for Christ voor een paar weken mijn werk.
Mijn slaapkamer is nog maar voor een paar weken van mij. En alles… de woonkamer, keuken, gang, balkon, wc, douche… alles, is nog maar voor een paar weken van mij.

Zucht.

12 July 2007
By on 08:26
Gekke spelletjes

"You took your coat off, and stood in the rain. You’re always crazy like that." De eerste zin van een heerlijk nummer van Jewel. Een nummer die mij van tijd tot tijd weet te raken. Iedere keer opnieuw.
Ik ben iemand die houd van het extreme, tenminste, als het over het weer gaat. Geef mij maar een stortbui, zo’n wolkbreuk. Of een flinke sneeuwbui, zo een waarbij het verkeer stil gelegd wordt. En natuurlijk een enorme storm. Weet je nog, van afgelopen januari, toen en zoveel schade aangericht was door een van die stormen? Waarbij de snelste windsnelheid in zoveel jaar gemeten was? Ik vond het heerlijk!

Donderdag, een week geleden, was het opeens zover. Meestal ben ik degene die naar het weer luistert, maar van het weer wat toen onze kant opkwam, had ik geen idee. Het was al drukkend warm geweest, dus ik had het kunnen weten. Toch heb ik er niet bij stil gestaan.
Die avond ging het ook te keer. Eerst een paar donderslagen, wat overging op verschrikkelijk noodweer. Hagel, grote hagelstenen. En regen waarbij je binnen drie seconden doorweekt kon raken.
Wij zijn in de regen gaan staan. Bewust. Zonder jas, zonder paraplu. En we hebben daar gestaan tot we volledig doorweekt waren en nog wel langer. Hoelang we daar precies gestaan hebben, weet ik niet. Dat zal wel twintig minuten geweest zijn. We hadden het in ieder geval ijskoud.
Binnen regende het ook. Het stroomde in de keuken langs de muren, alsof het een waterval was.  Alles was goed nat. En ook de muren in de woonkamer konden het niet drooghouden. Dat hadden ze zelf natuurlijk niet in de hand.
Maar ik genoot er wel van, al moest ik even later onze televisie afgieten omdat ie ook een flinke bui had gehad.

I took my coat off, and stood in that rain. Just as crazy as I am.

9 June 2007
By on 16:44
Kwelling

Ik heb me neergelegd, neergelegd bij het feit dat ik niet alleen ben en ik nooit alleen zal zijn. Ik ben met zn tweeen; jij en ik.

De weg die wij samen liepen, is verleden tijd. We zijn beiden onze eigen weg gegaan. Tenminste, dat dacht ik.

Ik zou je achter me laten, dat hadden we afgesproken. Jij zou naar links en ik naar rechts.

Het liefst had ik je laten verdwalen in het donker, de plek waar je thuishoort. De plek waar je vandaan gekomen bent. Of je laten struikelen en je niet overeind helpen. Je jouw mond laten snoeren. Dan had je best naast me mogen lopen. Zolang je maar stil was.

Had ik dat maar gedaan, dan was je me nu niet achterna gekomen, dan was je op zn minst stil geweest. Had ik dat maar gedaan.

Nu overval je me, na tijden die andere kant op te hebben gelopen zoals je had beloofd. Of heb je al die tijd naast me gelopen, onopvallend. Langs mijn weg, in de berm, in de schaduw.

Loop je misschien vlak achter me? Geruisloos.

Je gestalte overvalt me, iedere keer weer. Ook al ben je bekend voor me. Je hebt de belofte gebroken. Ik had het kunnen weten.

Je kwelt me. Onophoudelijk, je weet me te raken.

Soms, als je opeens weer naast me loopt, kan ik je wel slaan. Slaan van woede, van schrik. Huilend zou ik weg kunnen rennen, tierend, vloekend.

Je hoort hier niet meer. Jij bent mij niet meer. Jij hoort ook de tijd achter je te laten waarin jij mij was en andersom. Je moet je erbij neerleggen dat ik jouw plek overgenomen heb. Alleen dan in een lichte versie, in plaats van donker. Donker, zoals jij bent en altijd zal zijn.

Ik heb jou je ware aard teruggegeven. Veranderen mag je dat niet meer. Dat hebben we afgesproken. Je kunt niet terug, dat begrijp je wel.

Jij moet weer links gaan en ik weer rechts.

Nu definitief. Voor altijd.

17 May 2007
By on 16:53